Als u aangifte gaat doen moet u de agent uitleggen (indien nodig) dat het om artikel 326 uit het wetboek van strafrecht gaat.
In 9 van de 10 gevallen zult u alleen naar artikel 326 hoeven te kijken, bij uitzonderingen kijkt u pas naar art. 326a, art. 326b of art.326c
Artikel 326Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het ter beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met
gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 326aHij die een beroep of een gewoonte maakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 326bis [Vervallen per 01-03-1993]
Artikel 326bMet gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:
1 hij die op of in een werk van letterkunde, wetenschap, kunst of nijverheid valselijk enige naam of enig teken plaatst, of de echte naam of het echte teken vervalst, met het oogmerk om daardoor aannemelijk te maken, dat dat werk zou zijn van de hand van degene wiens naam of teken hij daarop of daarin aanbracht;
2 hij die opzettelijk een werk van letterkunde, wetenschap, kunst of nijverheid, waarop of waarin valselijk enige naam of enig teken is geplaatst, of de echte naam of het echte teken is vervalst, verkoopt, te koop aanbiedt, aflevert, ten verkoop in voorraad heeft of binnen het Rijk in Europa invoert, als ware dat werk van de hand van degene wiens naam of teken daarop of daarin valselijk is aangebracht.
Artikel 326c1. Hij die, met het oogmerk daarvoor niet volledig te betalen, door een technische ingreep of met behulp van valse signalen, gebruik maakt van een dienst die via telecommunicatie aan het publiek wordt aangeboden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk een voorwerp dat kennelijk is bestemd, of gegevens die kennelijk zijn bestemd, tot het plegen van het misdrijf, bedoeld in het eerste lid,
a. openlijk ter verspreiding aanbiedt;
b. ter verspreiding of met het oog op de invoer in Nederland voorhanden heeft of
c. uit winstbejag vervaardigt of bewaart.
3. Hij die van het plegen van misdrijven als bedoeld in het tweede lid, zijn beroep maakt of het plegen van deze misdrijven als bedrijf uitoefent wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren en geldboete van de vijfde categorie, hetzij met 1 van deze straffen.
Indien de dienstdoende agent uw aangifte niet op wil nemen moet u hem wijzen op de artikelen 161 en 163 uit het wetboek van strafverordening.
Mocht hij dan nog weigeren uw aangifte op te nemen, vraag dan om een klachtenformulier, zijn naam en zijn dienstnummer. Deze is hij verplicht te geven. Vervolgens vult u dit formulier in, overhandig hem dit en vraag om een ontvangstbevestiging.
Art. 161. Ieder die kennis draagt van een begaan strafbaar feit is bevoegd daarvan aangifte of klachte te doen.
Art. 163. De aangifte van enig strafbaar feit geschiedt mondeling of schriftelijk bij de bevoegde ambtenaar, hetzij door de aangever in persoon, hetzij door een ander, daartoe door hem van een bijzondere schriftelijke volmacht voorzien.
De mondelinge aangifte wordt door de ambtenaar die haar ontvangt, in geschrifte gesteld en na voorlezing door hem met de aangever of diens gemachtigde ondertekend. Indien deze niet kan tekenen, wordt de reden van het beletsel vermeld.
De schriftelijke aangifte wordt door de aangever of diens gemachtigde ondertekend.
De schriftelijke volmacht, of, zo zij voor een notaris in minuut is verleden, een authentiek afschrift daarvan, wordt aan de akte gehecht.
Tot het ontvangen van de aangiften bedoeld in de artikelen 160 en 161, zijn de opsporingsambtenaren, en tot het ontvangen van de aangiften bedoeld in artikel 162, de daarbij genoemde ambtenaren verplicht.
art 163 lid 5 SV De ambtenaar is verplicht de aangifte op te nemen. Wil hij dat nadat je dit gemeld hebt toch niet doen dan kan je op grond van artikel 165 Sv een klacht indienen daar moet verplicht naar gekeken worden en op deze manier zal je aangifte alsnog opgenomen moeten worden. Artikel 155 is van toepassing.
Art. 155. De hulpofficieren van justitie bij de onderdelen a en b van artikel 154 vermeld, doen de processen-verbaal, bij hen ingekomen of door hen opgemaakt, en de inbeslaggenomen voorwerpen onverwijld toekomen aan de officier van justitie
Nieuwe wetgeving per 1 januari Persbericht ministerie van JustitiePolitie en justitie krijgen aan het begin van het nieuwe jaar meer bevoegdheden om persoonsgegevens te vorderen bij maatschappelijke instellingen en bedrijven als dat voor de opsporing noodzakelijk is.
Door gebruik van informatie- en communicatietechnologie beschikken maatschappelijke instanties en bedrijven vaker over gegevens van personen. Transacties gaan in toenemende mate langs elektronische weg en gegevens worden meer dan voorheen op geautomatiseerde wijze verwerkt en opgeslagen. Bij de opsporing van misdrijven spelen dergelijke persoonsgegevens een onmisbare rol. Er zijn in het Wetboek van Strafvordering enkele algemene bevoegdheden opgenomen die zich niet beperken tot één bepaalde bedrijfstak, maar breder van toepassing zijn. De bevoegdheden hebben betrekking op bepaalde categorieën persoonsgegevens. Zo kan een opsporingsambtenaar 'identificerende' gegevens van een bepaalde persoon vorderen. Het gaat dan niet alleen om iemands naam, adres, woonplaats, geboortedatum of geslacht, maar ook om zijn of haar klantnummer, nummer van een polis of een rekeningnummer bij de bank.
Naarmate een bevoegdheid -gelet op de aard van de gegevens- meer inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer of meer inspanningen vergt van een bedrijf of instelling om aan een verzoek tot verstrekking te voldoen, worden strengere eisen gesteld aan de toepassing. Niet elke bevoegdheid mag in alle gevallen worden gebruikt. Gevoelige gegevens mogen alleen worden gevorderd bij zware misdrijven.
bron