Welkom, Gast. Alsjeblieft Log In of Registreer
YaBB - Yet another Bulletin Board
  Nieuws:
  HomeHelpLog InRegistreer Doneren? Contact FAQ/Veel gestelde vragen Verzekerdopinternet  
 



Laat uw waardering blijken, doneer! (klik hier)



De beste & goedkoopste PrePaid Simkaart. Klik hier ! ! !
Pagina's: 1
Wetsartikelen (Gelezen 14252 maal)

Team Globalmoderators
Global Moderator
*****
Afwezig

NO REPLY ACCOUNT !!

Berichten: 249


Wetsartikelen
13.07.2008 om 19:45:50
 
Als u aangifte gaat doen moet u de agent uitleggen (indien nodig) dat het om artikel 326 uit het wetboek van strafrecht gaat.

In 9 van de 10 gevallen zult u alleen naar artikel 326 hoeven te kijken, bij uitzonderingen kijkt u pas naar art. 326a, art. 326b of art.326c

Artikel 326
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het ter beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 326a
Hij die een beroep of een gewoonte maakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 326bis [Vervallen per 01-03-1993]

Artikel 326b
Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:
1    hij die op of in een werk van letterkunde, wetenschap, kunst of nijverheid valselijk enige naam of enig teken plaatst, of de echte naam of het echte teken vervalst, met het oogmerk om daardoor aannemelijk te maken, dat dat werk zou zijn van de hand van degene wiens naam of teken hij daarop of daarin aanbracht;
2   hij die opzettelijk een werk van letterkunde, wetenschap, kunst of nijverheid, waarop of waarin valselijk enige naam of enig teken is geplaatst, of de echte naam of het echte teken is vervalst, verkoopt, te koop aanbiedt, aflevert, ten verkoop in voorraad heeft of binnen het Rijk in Europa invoert, als ware dat werk van de hand van degene wiens naam of teken daarop of daarin valselijk is aangebracht.
 
Artikel 326c
1.      Hij die, met het oogmerk daarvoor niet volledig te betalen, door een technische ingreep of met behulp van valse signalen, gebruik maakt van een dienst die via telecommunicatie aan het publiek wordt aangeboden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2.      Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk een voorwerp dat kennelijk is bestemd, of gegevens die kennelijk zijn bestemd, tot het plegen van het misdrijf, bedoeld in het eerste lid,
a.      openlijk ter verspreiding aanbiedt;
b.      ter verspreiding of met het oog op de invoer in Nederland voorhanden heeft of
c.      uit winstbejag vervaardigt of bewaart.
3.      Hij die van het plegen van misdrijven als bedoeld in het tweede lid, zijn beroep maakt of het plegen van deze misdrijven als bedrijf uitoefent wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren en geldboete van de vijfde categorie, hetzij met 1 van deze straffen.

Indien de dienstdoende agent uw aangifte niet op wil nemen moet u hem wijzen op de artikelen 161 en 163 uit het wetboek van strafverordening.

Mocht hij dan nog weigeren uw aangifte op te nemen, vraag dan om een klachtenformulier, zijn naam en zijn dienstnummer. Deze is hij verplicht te geven. Vervolgens vult u dit formulier in, overhandig hem dit en vraag om een ontvangstbevestiging.


Art. 161.  
Ieder die kennis draagt van een begaan strafbaar feit is bevoegd daarvan aangifte of klachte te doen.

Art. 163.
De aangifte van enig strafbaar feit geschiedt mondeling of schriftelijk bij de bevoegde ambtenaar, hetzij door de aangever in persoon, hetzij door een ander, daartoe door hem van een bijzondere schriftelijke volmacht voorzien.
   
De mondelinge aangifte wordt door de ambtenaar die haar ontvangt, in geschrifte gesteld en na voorlezing door hem met de aangever of diens gemachtigde ondertekend. Indien deze niet kan tekenen, wordt de reden van het beletsel vermeld.
   
De schriftelijke aangifte wordt door de aangever of diens gemachtigde ondertekend.
 
De schriftelijke volmacht, of, zo zij voor een notaris in minuut is verleden, een authentiek afschrift daarvan, wordt aan de akte gehecht.
 
Tot het ontvangen van de aangiften bedoeld in de artikelen 160 en 161, zijn de opsporingsambtenaren, en tot het ontvangen van de aangiften bedoeld in artikel 162, de daarbij genoemde ambtenaren verplicht.
 
art 163 lid 5 SV
De ambtenaar is verplicht de aangifte op te nemen. Wil hij dat nadat je dit gemeld hebt toch niet doen dan kan je op grond van artikel 165 Sv een klacht indienen daar moet verplicht naar gekeken worden en op deze manier zal je aangifte alsnog opgenomen moeten worden.

Artikel 155 is van toepassing.  

Art. 155.
De hulpofficieren van justitie bij de onderdelen a en b van artikel 154 vermeld, doen de processen-verbaal, bij hen ingekomen of door hen opgemaakt, en de inbeslaggenomen voorwerpen onverwijld toekomen aan de officier van justitie



Nieuwe wetgeving per 1 januari
Persbericht ministerie van Justitie
Politie en justitie krijgen aan het begin van het nieuwe jaar meer bevoegdheden om persoonsgegevens te vorderen bij maatschappelijke instellingen en bedrijven als dat voor de opsporing noodzakelijk is.
Door gebruik van informatie- en communicatietechnologie beschikken maatschappelijke instanties en bedrijven vaker over gegevens van personen. Transacties gaan in toenemende mate langs elektronische weg en gegevens worden meer dan voorheen op geautomatiseerde wijze verwerkt en opgeslagen. Bij de opsporing van misdrijven spelen dergelijke persoonsgegevens een onmisbare rol. Er zijn in het Wetboek van Strafvordering enkele algemene bevoegdheden opgenomen die zich niet beperken tot één bepaalde bedrijfstak, maar breder van toepassing zijn. De bevoegdheden hebben betrekking op bepaalde categorieën persoonsgegevens. Zo kan een opsporingsambtenaar 'identificerende' gegevens van een bepaalde persoon vorderen. Het gaat dan niet alleen om iemands naam, adres, woonplaats, geboortedatum of geslacht, maar ook om zijn of haar klantnummer, nummer van een polis of een rekeningnummer bij de bank.
Naarmate een bevoegdheid -gelet op de aard van de gegevens- meer inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer of meer inspanningen vergt van een bedrijf of instelling om aan een verzoek tot verstrekking te voldoen, worden strengere eisen gesteld aan de toepassing. Niet elke bevoegdheid mag in alle gevallen worden gebruikt. Gevoelige gegevens mogen alleen worden gevorderd bij zware misdrijven.

bron








Naar boven
 
« Laatste Wijziging: 08.02.2009 om 14:57:52 door Team Globalmoderators »  

Dit is een gezamelijk account van de Beheerders van Opgelichtopinternet.nl Een No Reply account !!! Bij vragen benader a.u.b. een (Global) moderator. Dank u wel.
  IP Gelogd

Team Globalmoderators
Global Moderator
*****
Afwezig

NO REPLY ACCOUNT !!

Berichten: 249


Re: Wet artikelen deel 2
Reactie #1 - 13.07.2008 om 19:46:31
 
Voegen in het strafproces
Een belangrijke manier om schade vergoed te krijgen is door te voegen in het strafproces. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat de officier van justitie beslist dat de verdachte moet voorkomen. Zo ja, dan volgt een strafzitting. Op die zitting zal de officier van justitie een straf eisen. Als het slachtoffer zich als benadeelde in het strafproces heeft gevoegd, dan vraagt de officier van justitie de rechter om ook een uitspraak te doen over de toewijzing van de . Het slachtoffer hoeft dus geen aparte procedure te starten. Aan de voeging zijn voor het slachtoffer geen kosten verbonden.


Wanneer kunnen slachtoffers zich voegen?
Slachtoffers kunnen zich voor en tijdens de zitting voegen.

Voegen voor de zitting
Voordat de zitting plaatsvindt, voegt het slachtoffer zich met het voegingsformulier, dat door het Openbaar Ministerie is toegezonden. Op dit formulier vult het slachtoffer de aard en het bedrag van de schade in. Ook wordt gevraagd of het slachtoffer een deel van de schade al via andere wegen vergoed heeft gekregen. Schade die al vergoed is, kan niet meer van de verdachte worden gevorderd. Het ingevulde formulier wordt ingeleverd bij de officier van justitie.
Tijdens de zitting vraagt de officier van justitie aan de rechter om aan het slachtoffer een schadevergoeding toe te kennen. Het slachtoffer hoeft dat niet zelf aan de rechter te vragen.

Voegen tijdens de zitting
Het slachtoffer kan zich ook tijdens de zitting voegen. Er zijn twee mogelijkheden.
1.      Schriftelijk: het slachtoffer zorgt ervoor dat de rechter voor de aanvang van de zitting een schriftelijke opgave ontvangt van de schade en de omstandigheden waaronder die schade is opgetreden. Deze schriftelijke opgave kan het slachtoffer persoonlijk aan de rechter geven, of aan de griffier van het gerecht waar de zitting zal plaatsvinden.Als het slachtoffer zich schriftelijk voegt en hij niet aanwezig is op de zitting, kan de rechter uiteraard niet om een toelichting vragen. Dit kan met name problemen opleveren, als een slachtoffer zich kort voor de zitting voegt.
2.      Mondeling: Slachtoffers kunnen zich tijdens de zitting ook mondeling voegen. Het slachtoffer moet dan zelf tegen de rechter zeggen dat hij schadevergoeding eist.

In beide gevallen moet het slachtoffer voldoende bewijsstukken van de schade kunnen inleveren. (Edit: kopie aangifte en bewijs betaling) Soms is het voor slachtoffers nuttig om naar de zitting te komen (voor het geval dat de rechter tijdens de zitting een toelichting wil).
Bij minderjarige verdachten heeft het slachtoffer alleen toegang tot de zitting om de vordering kenbaar te maken. Ook de uitspraak van de rechter mag worden bijgewoond.

Feiten Ad informandum
Het komt voor dat een dader meerdere strafbare feiten heeft gepleegd. Om procestechnische redenen zullen niet al deze feiten afzonderlijk op de zitting worden behandeld. De officier van justitie zal een aantal (maximaal 5) feiten ten laste leggen. Deze feiten vormen samen voldoende basis voor een veroordeling. De zaken die niet in de tenlastelegging worden opgenomen, kunnen ad informandum (d.w.z. ter informatie) bij de tenlastelegging worden opgenomen. Voorwaarde is dat de verdachte deze feiten heeft bekend.
Het ad informandum opnemen van zaken houdt voor de slachtoffers in dat zij slechts ter kennisneming een bericht krijgen over de zaak waarin zij slachtoffer zijn. Het strafbare feit waarvan zij het slachtoffer zijn geworden, wordt echter niet inhoudelijk op de zitting behandeld. De strafbare feiten worden wel door de rechter meegenomen in de vaststelling van de hoogte van de straf. Omdat de ad informandum-zaak niet afzonderlijk op de zitting wordt behandeld, kan het slachtoffer zich niet voegen. Deze heeft alleen de mogelijkheid om in een civiele procedure zijn schade vergoed te krijgen.

Zie echter ook Bijzondere voorwaarde van schadevergoeding bij vonnis (laatste alinea)
Het kan dus zijn dat meerdere (alle) slachtoffers gevoegd kunnen worden, echter zullen max. vijf stafbare feiten besproken worden en deze dienen dan een afspiegeling te zijn van het geheel.

Schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd
De verdachte kan een schadevergoedingsmaatregel opgelegd krijgen. Hieraan is een vervangende hechtenis verbonden wanneer er geen betaling plaatsvindt. De officier van justitie zorgt er voor dat de schadevergoedingsmaatregel wordt uitgevoerd. Bij een succesvolle schadevergoedingsmaatregel krijgt het slachtoffer het toegekende bedrag (na ontvangst van de dader) na enige tijd via het Centraal Justitieel Incassobureau automatisch op zijn bank- of girorekening gestort.

Bijzondere voorwaarde van schadevergoeding bij vonnis
De strafwet biedt de mogelijkheid dat de rechter een bijzondere voorwaarde tot schadevergoeding bij een (gedeeltelijk) voorwaardelijk vonnis oplegt. Door de verruiming van de voegingsmogelijkheden in het strafproces en in het bijzonder de invoering van de schadevergoedingsmaatregel is het belang van deze mogelijkheid klein geworden. Groot nadeel van deze mogelijkheid is dat als de dader de voorwaarde niet nakomt het OM een vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijk deel van de vrijheidsstraf zal moeten indienen bij de rechter om de dader mogelijk alsnog te dwingen te betalen.



Het politie-onderzoek

Bewijsmateriaal
Na een aangifte of ontdekking van een strafbaar feit begint de politie met een onderzoek. De recherche gaat op zoek naar bewijsmateriaal.
Hiervoor kan uw medewerking gevraagd worden. Voor de bewijsvoering kunnen namelijk allerlei bijzonderheden van belang zijn. Verklaringen van mensen die iets gezien, gehoord of meegemaakt hebben, zijn waardevol.
Voor het politie-onderzoek is het belangrijk dat u zoveel mogelijk details vertelt van wat u gezien, gehoord of aan gegevens hebt. U kunt daar gerust de tijd voor nemen.
Aan het eind van het gesprek vraagt de politie u de verklaring zorgvuldig te lezen. Als u geen op- of aanmerkingen hebt, kunt u de verklaring ondertekenen. Dit betekent dat u het eens bent met de tekst. Van de verklaring kunt u meestal een kopie krijgen. Vergeet niet de naam te vragen van de politieman of -vrouw die over de zaak gaat. Dat is handig als u voor informatie contact wilt opnemen met de politie. De politie zal u de verdere gang van zaken uitleggen. Ook als slachtoffer kunt/zult u meest al als getuige worden gehoord.

Voortgang
Het kan gebeuren dat u na het afleggen van uw verklaring niets meer hoort. Dit hoeft niet te betekenen dat er niets met uw verklaring wordt gedaan. Het is mogelijk dat de politie het onderzoek niet rond krijgt. De verdachte kan bijvoorbeeld niet worden opgespoord of er is onvoldoende bewijsmateriaal te vinden. De politie besluit dan om de zaak te laten rusten. Dit betekent niet dat u niet wordt geloofd. De politie gaat er in principe vanuit dat uw verhaal waar is, maar kan het juridische bewijs niet leveren. In dat geval komt het niet tot een rechtszaak.
Als u meer wilt weten over het verloop van het onderzoek, informeert u dan bij de politieman of -vrouw die de verklaring heeft opgenomen.[/red]

Vervolging van de dader
Als de politie het onderzoek heeft afgerond en vindt dat er voldoende bewijsmateriaal is, dan stuurt zij het dossier door naar de officier van justitie. Op grond van het dossier bepaalt de officier van justitie of iemand voor een straf-baar feit wordt vervolgd of niet.
Besluiten tot vervolgen betekent dat er daadwerkelijk een rechtszaak komt.

De rechter beslist uiteindelijk of de verdachte schuldig is en wat de straf zal zijn.






Naar boven
 
« Laatste Wijziging: 08.02.2009 om 14:58:56 door Team Globalmoderators »  

Dit is een gezamelijk account van de Beheerders van Opgelichtopinternet.nl Een No Reply account !!! Bij vragen benader a.u.b. een (Global) moderator. Dank u wel.
  IP Gelogd

Team Globalmoderators
Global Moderator
*****
Afwezig

NO REPLY ACCOUNT !!

Berichten: 249


Wet artikelen deel 3
Reactie #2 - 13.07.2008 om 19:47:16
 
Seponeren
Soms besluit de officier van justitie om van vervolging af te zien:
de zaak wordt geseponeerd. De officier kan daartoe besluiten als er bijvoorbeeld onvoldoende bewijs is. Er kunnen voor de officier van justitie ook andere redenen zijn om niet te vervolgen.

Transactie
Naast de mogelijkheid om te vervolgen of te seponeren, kan de officier van justitie ook een transactie voorstellen. De officier van justitie ziet dan van verdere vervolging af als de dader bijvoorbeeld een transactiebedrag betaalt of de schade van het slachtoffer vergoedt. Er zijn ook andere voorwaarden mogelijk.

Op de zitting
De officier van justitie wil op de rechtszitting een zaak zo sterk mogelijk maken. Hij gebruikt daarvoor de resultaten van het politie-onderzoek en die van het eventuele gerechtelijk vooronderzoek. De officier kan mensen oproepen die
iets belangrijks kunnen zeggen: de getuigen en de getuige-deskundigen. De getuige weet uit eigen waarneming iets over de zaak; de deskundige wordt opgeroepen vanwege zijn/haar speciale deskundigheid (bijvoorbeeld een
psycholoog).

In principe zijn rechtszittingen openbaar. Iedereen mag het proces bijwonen, ook mensen van de pers. Over de aanwezigheid van minderjarigen beslist de rechter.
Als de verdachte jonger is dan achttien jaar, wordt de zaak altijd achter gesloten deuren behandeld.

Bij de kantonrechter of de politierechter
Komt de zaak voor bij de kantonrechter of de politierechter dan ziet u in de zaal één rechter zitten. Links van de rechter aan een aparte tafel, zit de officier van justitie en rechts de griffier.
De verdachte en zijn of haar advocaat zitten tegenover de rechter.

Bij de arrondissementsrechtbank (meervoudige kamer)
Bij de meervoudige kamer (voor ernstiger misdrijven) zijn er drie rechters. De rechter in het midden is de voorzitter. Links staat de officier van justitie aan een aparte tafel en rechts zit de griffier. Tegenover de rechters zitten de verdachte en de advocaat.
Bij binnenkomst van de rechter(s) gaat iedereen even staan. De rechter of bij meer rechters de president, voert het woord. De griffier schrijft op wat er wordt gezegd. De procedure is in de wet vastgelegd. De rechter vraagt naar de naam en het adres van de verdachte en wijst hem op het recht vragen niet te beantwoorden. Daarna leest de officier van justitie de aanklacht voor. Daarin staat waarvan de verdachte wordt beschuldigd. Vervolgens stelt de rechter vragen aan de verdachte om er achter te komen of hij vasthoudt aan de verklaringen die hij bij de politie heeft afgelegd.



Bron "Getuige in het strafproces Uitgave Ministirie van Justitie 2003




Wetboek van Strafvordering (Sv)
Artikel 12 | Sv, Boek 1, Titel 1, Afdeling 4        
1.
   Wordt een strafbaar feit niet vervolgd of de vervolging niet voortgezet, dan kan de rechtstreeks belanghebbende daarover schriftelijk beklag doen bij het gerechtshof, binnen het rechtsgebied waarvan de beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging is genomen. Indien de beslissing tot niet vervolging is genomen door de officier van justitie bij het landelijk parket, is bevoegd het gerechtshof te 's-Gravenhage.

2.
   Onder rechtstreeks belanghebbende wordt mede verstaan een rechtspersoon die krachtens zijn doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een belang behartigt dat door de beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging rechtstreeks wordt getroffen.








Naar boven
 
« Laatste Wijziging: 08.02.2009 om 14:59:15 door Team Globalmoderators »  

Dit is een gezamelijk account van de Beheerders van Opgelichtopinternet.nl Een No Reply account !!! Bij vragen benader a.u.b. een (Global) moderator. Dank u wel.
  IP Gelogd

The Finder
Global Moderator
*****
Afwezig



Berichten: 4988


Re: Wetsartikelen
Reactie #3 - 07.09.2008 om 11:17:30
 
Art. 36a.

Alle kosten van tenuitvoerlegging van de in deze afdeling bedoelde maatregelen — met uitzondering van de kosten van het verhaal, de invorderingskosten daaronder begrepen, — komen ten laste, al hetgeen door die tenuitvoerlegging wordt verkregen, komt ten bate van de staat, met uitzondering van hetgeen door de tenuitvoerlegging van de maatregel, genoemd in artikel 36f, wordt verkregen.


Art. 36b.


1. Onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen kan worden uitgesproken:

1º. bij de rechterlijke uitspraak waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld;

2º. bij de rechterlijke uitspraak waarbij overeenkomstig artikel 9a wordt bepaald dat geen straf zal worden opgelegd;

3º. bij de rechterlijke uitspraak waarbij, niettegenstaande vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging, wordt vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan;

4º. bij een afzonderlijke rechterlijke beschikking op vordering van het openbaar ministerie.

2. De artikelen 33b en 33c, tweede en derde lid, alsmede artikel 446 van het Wetboek van Stafvordering, zijn van overeenkomstige toepassing.

3. De maatregel kan te zamen met straffen en met andere maatregelen worden opgelegd.


Art. 36c.


Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn alle voorwerpen:

1º. die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het feit zijn verkregen;

2º. met betrekking tot welke het feit is begaan;

3º. met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid;

4º. met behulp van welke de opsporing van het feit is belemmerd;

5º. die tot het begaan van het feit zijn vervaardigd of bestemd;

een en ander voor zover zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.


Art. 36d.

Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn bovendien de aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, doch alleen indien de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.


Art. 36e.


1. Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

2. De verplichting kan worden opgelegd aan de in het eerste lid bedoelde persoon die voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het daar bedoelde strafbare feit of soortgelijke feiten of feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan.

3. Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een misdrijf, waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, en tegen wie als verdachte van dat misdrijf een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld, de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, indien gelet op dat onderzoek aannemelijk is dat ook andere strafbare feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.

4. De rechter stelt het bedrag vast waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat. Onder voordeel is de besparing van kosten begrepen. De waarde van voorwerpen die door de rechter tot het wederrechtelijk verkregen voordeel worden gerekend, kan worden geschat op de marktwaarde op het tijdstip van de beslissing of door verwijzing naar de bij openbare verkoop te behalen opbrengst, indien verhaal moet worden genomen. De rechter kan het te betalen bedrag lager vaststellen dan het geschatte voordeel.

5. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.

6. Bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, worden aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen in mindering gebracht.

7. Bij de oplegging van de maatregel wordt rekening gehouden met uit hoofde van eerdere beslissingen opgelegde verplichtingen tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.


Art. 36f.


1. Bij een rechterlijke uitspraak waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld, kan hem de verplichtingen worden opgelegd tot betaling aan de staat van een som gelds ten behoeve van het slachtoffer. De staat keert een ontvangen bedrag onverwijld uit aan het slachtoffer.

2. De rechter kan de maatregel opleggen indien en voor zover de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

3. De maatregel kan te zamen met straffen en andere maatregelen worden opgelegd.

4. De artikelen 24a en 24b, eerste tot en met vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verhoging van het ingevolge de maatregel verschuldigde bedrag vervalt aan de staat.

5. Betalingen door de veroordeelde aan de staat verricht, strekken in de eerste plaats tot voldoening van de maatregel en vervolgens tot voldoening van de krachtens het vierde lid ingetreden verhogingen.

6. Artikel 24c is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichting ingevolge de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft..





Naar boven
 
« Laatste Wijziging: 08.02.2009 om 15:00:24 door Team Globalmoderators »  
  IP Gelogd

Team Globalmoderators
Global Moderator
*****
Afwezig

NO REPLY ACCOUNT !!

Berichten: 249


Wetsartikelen - Koop op afstand BW 7.46
Reactie #4 - 12.03.2009 om 12:48:00
 
Kopen via internet
Burgerlijk Wetboek 7 artikel 46 ( BW 7.46a t/m 7.46j )

De wet Kopen op afstand beschermt consumenten bij de koop van goederen en diensten via internet, telefoon, post en andere communicatietechnieken. De wet is nog niet bij iedereen bekend.

Vier jaar geleden is de "Wet bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten", of kort gezegd de "Wet koop op afstand" in werking getreden. Deze wet beschermt de consument bij het kopen van goederen en diensten waarbij geen persoonlijk contact plaatsvindt tussen koper en verkoper. De wet beschermt dus consumenten bij de koop via internet, telefoon, post en andere communicatietechnieken. We beperken ons in dit artikel tot overeenkomsten die via internet tot stand komen.

Alleen voor consumenten
De Wet koop op afstand is alleen van toepassing op consumenten. Dit is een belangrijk criterium. Het moet gaan om een overeenkomst tussen een particulier en een bedrijf. Het is echter niet altijd makkelijk om de hoedanigheid van de wederpartij vast te stellen. Iemand die eenmalig op internet een advertentie plaatst om zijn computer of mobiele telefoon te verkopen wordt beschouwd als een particulier. Maar iemand die zijn boterham verdient met de verkoop van computers of telefoons wordt gezien als handelend in de uitoefening van beroep of bedrijf. De koper moet de overeenkomst sluiten voor eigen gebruik. Wanneer je een product of dienst bestelt voor je (eenmans-)bedrijf is de Wet koop op afstand dus niet van toepassing.

Uitzonderingen
In enkele gevallen is de Wet koop op afstand in het geheel niet van toepassing. De belangrijkste uitzonderingen zijn:
    •      reisovereenkomsten;
    •      koop van onroerend goed;
    •      financiële diensten;
    •      internetveilingen.

Wat staat er in de Wet koop op afstand?
De belangrijkste onderwerpen die deze wet regelt zijn:
    •      recht op voorafgaande informatie;
    •      schriftelijke bevestiging;
    •      herroepingsrecht;
    •      uitvoering;
    •      ongevraagde levering.


Recht op voorafgaande informatie
De verkoper heeft een informatieplicht. Je hebt recht om vooraf voldoende en duidelijk geïnformeerd te worden in begrijpelijke termen. De verkoper is in ieder geval verplicht vóór de koop de volgende relevante informatie te verstrekken:
    •      de identiteit van de verkoper: naam, adres, e-mailadres en/of telefoonnummer;
    •      de belangrijkste kenmerken van het goed of de dienst;
    •      de prijs inclusief toeslagen en belastingen, zoals verzendkosten en BTW
    •      de wijze van betaling, levering of uitvoering van de overeenkomst;
    •      of je het recht hebt om de overeenkomst binnen een bedenktijd te beëindigen;
    •      de geldigheidsduur van het aanbod of de prijs;
    •      de minimumduur van de overeenkomst bij periodieke levering van diensten of producten.

Schriftelijke bevestiging
De verkoper moet van tevoren maar uiterlijk bij levering een schriftelijke bevestiging sturen dat een overeenkomst tot stand is gekomen. Het is toegestaan om dit per e-mail te doen. Naast de hierboven genoemde informatie moet in de bevestiging worden vermeld:
    •      hoe je gebruik kunt maken van het recht op ontbinding;
    •      het adres van de verkoper waar je een eventuele klacht kunt indienen;
    •      informatie over eventuele garantie en service;
    •      hoe je kunt opzeggen (bij overeenkomsten van langer dan één jaar).


Herroepingsrecht
Na ontvangst van de bestelling heb je een bedenktijd van zeven werkdagen waarbinnen je de koopovereenkomst zonder opgaaf van redenen mag herroepen (ontbinden). Als je op de dag van ontvangst of de dag waarop je de overeenkomst sluit nog geen bevestiging hebt ontvangen met de juiste informatie dan bedraagt de ontbindingstermijn maar liefst drie maanden!

De verkoper mag je hiervoor geen boete in rekening brengen, hoogstens de kosten voor het terugzenden. Heb je al (gedeeltelijk) betaald? Dan moet de verkoper binnen 30 dagen het geld terugstorten.

De bedenktijd is bij bepaalde diensten en producten niet van toepassing:
    •      cd's, dvd's en cd-roms waarvan je de verzegeling al hebt verbroken;
    •      maatwerk of producten met een duidelijk persoonlijk karakter zoals medicijnen of een maatpak;
    •      weddenschappen en loterijen;
    •      tijdsgebonden producten zoals tijdschriften, kranten en concertkaartjes;
    •      producten die snel bederven of verouderen;
    •      diensten waarbij je zelf toestemming hebt gegeven om alvast met de uitvoering van de dienst te beginnen;
    •      wanneer de prijs afhankelijk is van prijsschommelingen op financiële markten waarop de verkoper geen invloed heeft.

Uitvoering van de overeenkomst
De verkoper moet binnen dertig dagen na de bestelling het product of de dienst leveren, tenzij hierover expliciet een andere afspraak is gemaakt. Als de bestelling niet kan worden geleverd, moet de verkoper je daarvan op de hoogte stellen en eventuele betalingen terugstorten. De verkoper mag alleen een product of dienst leveren van gelijke kwaliteit en prijs als deze mogelijkheid van tevoren is genoemd.

Ongevraagde levering
Bedrijven mogen niet ongevraagd goederen of diensten leveren en daarvoor betaling eisen. Mocht je dat toch overkomen, dan ben je niet verplicht enige actie te ondernemen. Het enkele feit dat je niet reageert betekent dus nog niet dat je akkoord gaat met de levering.

Veel websites juridisch niet in orde
Vorig jaar heeft een onderzoek van de Consumentenbond plaatsgevonden onder driehonderd webwinkels en is bekeken in hoeverre deze sites zich aan de Wet koop op afstand houden. De resultaten waren schrikbarend. Zo werden consumenten in 37% van de gevallen niet gewezen op het recht om de koop binnen zeven werkdagen te ontbinden. En als er al een termijn werd genoemd, dan betrof dit in de helft van de gevallen een te korte termijn. Bedrijven snijden hiermee zichzelf in de vingers: het wettelijke gevolg hiervan is namelijk dat de consument opeens een bedenktijd van drie maanden heeft! Verder bleken veel webwinkels andere voorwaarden te hanteren die niet rechtsgeldig zijn: het in rekening brengen van kosten voor ontbinding tijdens de bedenktijd of de eis dat de verpakking niet mag worden geopend (geldt alleen voor software en audio- en video-opnames). Verder ontbraken dikwijls gegevens zoals telefoonnummer of adres van de verkoper. En in maar liefst 85% van de gevallen werd onvoldoende informatie over de te leveren producten of diensten gegeven.

Nog een paar tips:
    •      Na verloop van de bedenktermijn heb je als consument nog altijd recht op tenminste zes maanden garantie. In deze periode moet de verkoper aantonen dat een defect product bij levering in orde was en dat de consument zelf de oorzaak van het defect is.
    •      Veel bedrijven zijn aangesloten bij brancheorganisaties met een laagdrempelige klachtenregeling zodat het ook voor kleinere aankopen de moeite loont om een geschil voor te leggen.
    •      Sommige bedrijven hebben een eigen bezorg- en ophaaldienst maar soms moet je zelf het product terugsturen. Dit kan in de overeenkomst of algemene voorwaarden zijn bepaald. Stuur de bestelling dan het liefst aangetekend terug, anders kan de verkoper zeggen dat hij niets heeft ontvangen en alsnog de koopprijs in rekening brengen.

Waar kun je de volledige tekst van de Wet koop op afstand vinden?
De Wet koop op afstand komt voort uit een Europese richtlijn die in alle landen van de Europese Unie van kracht is. In Nederland is deze regeling geen zelfstandige wet maar bestaat uit een serie wetsartikelen, artikel 46a t/m 46j van boek 7 Burgerlijk Wetboek om precies te zijn. Voor de exacte tekst kun je terecht op de officiële wettensite www.wetten.nl.

Bron: Jurofoon




Naar boven
 
« Laatste Wijziging: 13.03.2009 om 12:05:24 door Team Globalmoderators »  

Dit is een gezamelijk account van de Beheerders van Opgelichtopinternet.nl Een No Reply account !!! Bij vragen benader a.u.b. een (Global) moderator. Dank u wel.
  IP Gelogd
Pagina's: 1


Vrienden van OpgelichtopInternet.nl: Uw bedrijfnaam en logo hier?